Wetenschappelijke illustratie van een kolonie pluripotente stamcellen in een celkweek
Illustratie van een stamcelkolonie in celkweek. Beeld: Stamcel.org

De kern

Twee eigenschappen maken een stamcel bijzonder

1. Zelfvernieuwing

Bij een deling kan minstens één dochtercel een stamcel blijven. Zo blijft de voorraad stamcellen op peil.

2. Differentiatie

Onder de juiste signalen kan een stamcel zich ontwikkelen tot een meer gespecialiseerde cel, bijvoorbeeld een bloedcel.

Belangrijk: niet elke stamcel kan elk celtype vormen. De mogelijkheden hangen af van het soort stamcel en van de omgeving waarin de cel zich bevindt.

Celdeling

Wat gebeurt er wanneer een stamcel deelt?

Een deling heeft niet altijd dezelfde uitkomst. Er kunnen twee nieuwe stamcellen ontstaan, één stamcel en één cel die zich verder specialiseert, of twee cellen die allebei een volgende stap in hun ontwikkeling zetten. Zo kan een weefsel tegelijk zijn voorraad stamcellen bewaren en nieuwe werkende cellen maken.

Wat er gebeurt, hangt af van signalen rondom de cel. Naburige cellen, contact met het omliggende weefsel en stoffen in die omgeving kunnen samen bepalen of een stamcel blijft zoals ze is of zich verder ontwikkelt.

Geen vast programma: een stamcel beslist dit niet alleen. Haar plaats in het weefsel en de behoefte van het lichaam spelen mee.

In het lichaam

Waar zitten stamcellen en wat doen ze daar?

Veel organen en weefsels hebben een kleine voorraad eigen stamcellen. Sommige delen regelmatig, terwijl andere lange tijd in rust blijven en pas actief worden wanneer nieuwe cellen nodig zijn.

01

Beenmerg en bloed

Bloedvormende stamcellen maken voorlopercellen waaruit rode bloedcellen, verschillende witte bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan. Zo wordt het bloed voortdurend aangevuld.

02

Huid en darm

In deze weefsels gaan cellen door gebruik en slijtage verloren. Plaatselijke stamcellen leveren nieuwe cellen die het oppervlak helpen onderhouden en beschadiging helpen herstellen.

03

Spieren en andere weefsels

Sommige weefselstamcellen blijven meestal in rust. Na schade kunnen ze worden geactiveerd en bijdragen aan herstel. Hoe groot die herstelmogelijkheid is, verschilt sterk per weefsel.

Niet één soort

Welke soorten stamcellen zijn er?

Stamcellen worden vaak ingedeeld naar hun herkomst en naar het aantal celtypen dat ze kunnen voortbrengen.

01

Volwassen of weefselstamcellen

Deze cellen bevinden zich in weefsels zoals beenmerg, huid en darm. Ze helpen dat weefsel onderhouden en herstellen. Bloedvormende stamcellen in beenmerg en bloed zijn het bekendste voorbeeld en worden al tientallen jaren voor transplantaties gebruikt.

02

Embryonale stamcellen

Deze pluripotente cellen kunnen in het laboratorium uitgroeien tot vrijwel alle celtypen van het lichaam. Ze worden vooral gebruikt voor onderzoek. Het werken met menselijke embryo’s is in België wettelijk en ethisch gereguleerd.

03

Geïnduceerde pluripotente stamcellen (iPS-cellen)

Dit zijn volwassen lichaamscellen die in het laboratorium zijn geherprogrammeerd naar een pluripotente toestand. Onderzoekers gebruiken ze om ziekten na te bootsen, medicijnen te testen en mogelijke nieuwe behandelingen te onderzoeken.

04

Perinatale stamcellen

Navelstrengbloed bevat bloedvormende stamcellen. Die kunnen in bepaalde situaties worden gebruikt voor een transplantatie. Navelstrengweefsel bevat andere celtypen, maar veel aangeboden toepassingen daarvan zijn nog experimenteel.

Potentie

Van veel mogelijkheden naar één taak

Pluripotentveel celtypen mogelijk
Multipotentmeerdere verwante celtypen
Gespecialiseerdeen concrete functie

Hoe verder een cel specialiseert, hoe beperkter haar mogelijkheden meestal worden. Dat proces heet differentiatie. Onderzoekers proberen te begrijpen welke biologische signalen dit proces veilig en voorspelbaar sturen.

Hoe wordt een stamcel een gespecialiseerde cel?

Bij de vroege ontwikkeling kunnen pluripotente stamcellen zich via drie kiemlagen verder specialiseren. Uit het ectoderm ontstaan onder meer zenuwcellen en huidcellen. Het mesoderm vormt onder andere bloedcellen, spiercellen en botcellen. Uit het endoderm ontstaan celtypen van organen zoals de lever, longen en alvleesklier.

Schema van de differentiatie van een pluripotente stamcel via ectoderm, mesoderm en endoderm naar gespecialiseerde celtypen
Vereenvoudigd schema van differentiatie via de drie kiemlagen. Beeld: Stamcel.org
Wat het schema niet zegt: een ontwikkelingsmogelijkheid is nog geen behandeling. Voor medisch gebruik moeten cellen zuiver, stabiel, functioneel en langdurig veilig zijn.

In het laboratorium

Hoe gebruiken onderzoekers stamcellen?

Stamcellen zijn niet alleen interessant als mogelijke behandeling. Ze helpen onderzoekers ook begrijpen hoe een menselijk weefsel ontstaat, wat er bij een ziekte misgaat en hoe een medicijn op bepaalde cellen werkt.

Ziekten nabootsen

Van lichaamscellen van een patiënt kunnen iPS-cellen worden gemaakt. Daaruit kunnen onderzoekers het celtype kweken dat bij een ziekte betrokken is en het ziekteproces bestuderen.

Organoïden maken

Stamcellen kunnen in een driedimensionale kweek kleine, vereenvoudigde modellen van weefsel vormen. Zo’n organoïde heeft enkele kenmerken van een orgaan, maar is geen volledig orgaan.

Medicijnen onderzoeken

Onderzoekers kunnen stoffen op gekweekte cellen of organoïden testen. Dat geeft informatie over een mogelijk effect of risico, maar vervangt niet alle verdere veiligheidsproeven.

Nieuwe cellen ontwikkelen

Een belangrijk onderzoeksdoel is betrouwbare, zuivere en goed werkende cellen maken die beschadigde cellen zouden kunnen vervangen. Voor veel aandoeningen is dat nog toekomstig onderzoek.

Zorg en wetenschap

Een behandeling is iets anders dan onderzoek

Bewezen toepassing

Bloedvormende stamceltransplantatie is gevestigde zorg voor geselecteerde ernstige bloed-, beenmerg- en afweerziekten. Het is een intensieve medische behandeling met duidelijke indicaties en risico’s.

Onderzoek

Veel andere toepassingen worden nog in cellen, organoïden, proefdieren of klinische studies onderzocht. Een veelbelovend laboratoriumresultaat is nog geen bewezen behandeling voor patiënten.

Geen wondermiddel. Het woord “stamcel” zegt op zichzelf niets over werkzaamheid of veiligheid. Vraag altijd welk celtype wordt gebruikt, voor welke aandoening, binnen welke toelating en op basis van welk bewijs.

Veelgestelde vragen

Vier korte antwoorden

Zijn stamcellen hetzelfde als beenmerg?

Nee. Beenmerg is weefsel waarin onder meer bloedvormende stamcellen zitten. Die stamcellen kunnen uit beenmerg, uit het bloed na stimulatie of uit navelstrengbloed worden verkregen.

Zijn eigen stamcellen automatisch veilig?

Nee. Cellen van de patiënt zelf geven doorgaans minder kans op afstoting, maar afname, bewerking, verontreiniging, verkeerde toediening en de ingreep zelf kunnen nog steeds risico’s meebrengen.

Kunnen stamcellen opraken?

De voorraad en activiteit van stamcellen kunnen door leeftijd, ziekte, schade of intensieve behandeling afnemen. Dat verschilt per weefsel. Zelfvernieuwing betekent dus niet dat iedere voorraad onbeperkt blijft.

Waarom kan een laboratoriumresultaat niet direct bij patiënten worden gebruikt?

Cellen moeten eerst steeds op dezelfde manier kunnen worden gemaakt, het juiste celtype vormen, zuiver blijven en veilig functioneren. Daarna zijn zorgvuldig opgezette klinische studies nodig. Een cel die in een kweekbakje werkt, kan zich in het lichaam anders gedragen.

Bronnen en verantwoording

Waarop is deze uitleg gebaseerd?

Deze pagina gebruikt algemene celbiologische kennis en gezaghebbende Belgische en Europese informatie. We werken de tekst bij wanneer richtlijnen, wetgeving of klinische praktijk veranderen.

Volgende paginaWat is er met stamcellen mogelijk in België?